Bijna 21 maanden lang draaide de revalidatie na mijn voorste kruisbandreconstructie om voelen, vertrouwen, twijfelen, hopen en vooral veel geduld hebben. Objectieve metingen waren niet mogelijk; door mijn langdurige extensiebeperking en pijn kon ik niet eens kracht zetten richting extensie. Tot nu. Ineens wordt progressie in cijfers gegoten. Ik houd van objectieve data. Het geeft houvast en laat zien waar ik sta, waar asymmetrie zit en waar we naartoe moeten werken richting return to sport (RTS). Meten = weten.
LSI-meting
Onlangs deed Eric een LSI-meting met een handheld dynamometer om de kracht van mijn hamstrings en quadriceps te testen. Voor wie de term niet kent: de LSI (Limb Symmetry Index) zegt simpel gezegd hoe sterk je ene been is ten opzichte van je andere. De formule is niet ingewikkeld: zwakke been : sterke been x 100%. Het getal dat daaruit komt, vertelt iets over symmetrie.
Ik was vooral nieuwsgierig naar waar ik nu sta. Tegelijk leg ik de lat meteen hoog. Ik wil het goed doen. Maar wat is eigenlijk ‘goed’? Laten we realistisch blijven, ik kan niet verwachten dat rechts even sterk is als links.
Tijdens het kracht zetten voelde ik al dat de kracht in de quadriceps van mijn rechterbeen achterbleef. Ik begon wat te mopperen. De uitslag bevestigde mijn gevoel:
- Hamstrings LSI: 93,8%
- Quadriceps LSI: 70,0%
Die 70,0% voelde in eerste instantie laag. Teleurstellend zelfs. Je ziet een getal en je hoofd trekt meteen conclusies.
Context verandert alles
Eric plaatste de score direct in perspectief. Gezien mijn voorgeschiedenis en het feit dat we nog niet zo lang echt trainen en belasten, is dit een hele nette uitgangspositie. Mijn absolute spierkracht is hoog en dat is prognostisch ontzettend gunstig.
Wat ook hielp om het cijfer anders te bekijken: ik heb echt wel power in mijn benen. De uitdaging is de asymmetrie. Het verschil tussen links en rechts is waar we aan werken. Voor een veilige terugkeer naar sport wordt vaak een LSI van ≥90% nagestreefd. Deze eerste meting is dus vooral een vertrekpunt.
Vertrouwen in beweging
Die uitleg verklaart ook waarom sommige oefeningen nog wat ‘off’ voelen. Mijn quadriceps lopen achter, dus is het logisch dat bepaalde bewegingen nog niet vanzelf gaan of voelen. Dat zal verbeteren naarmate de kracht toeneemt.
Wat ik ook merk, is dat ik met name bij eenbenige oefeningen soms even moet schakelen, vooral bij oefeningen waarbij ik ergens af moet stappen of moet landen. Er zit nog een stukje voorzichtigheid, bang dat het pijn gaat doen, omdat dat zo lang het geval is geweest. Het vraagt soms een paar herhalingen voordat een oefening soepel loopt. Misschien is het niet alleen voorzichtigheid, maar ook ontwenning. Ik doe bewegingen en oefeningen die ik twee jaar niet heb kunnen doen. Het is logisch dat ik daar weer aan moet wennen, maar ook daarin merk ik gelukkig snelle progressie. Het gaat echt goed.
Uitgebreid testen
Met de uitleg van Eric was ik gerustgesteld en veranderde de betekenis van die 70,0%. Data zonder uitleg kan ontmoedigend zijn. Data mét context is motiverend. De competitie met mezelf werd weer aangewakkerd. De prestatiedrang. Bij de volgende test wil ik het beter doen en die percentages omhoog werken.
Het meten van de LSI is slechts een klein deel van de testbatterij in een voorste kruisbandrevalidatie. Op vrijdag 13 maart ga ik naar een andere praktijk met uitgebreidere apparatuur om binnen mijn fysieke mogelijkheden te testen waar ik sta en nieuwe doelen te stellen. Ik heb er nu al zin in.
Voor nu zijn die 70,0% en 93,8% gewoon een mijlpaal, zeker als ik me realiseer van hoe ver ik kom.
Feestje om te trainen
Laatst had ik het met iemand over hoe sterk fysiek en mentaal met elkaar verbonden zijn. Hoe je je mentaal al snel beter voelt zodra het fysiek goed gaat. Dat herken ik enorm. Ik heb trainen altijd leuk gevonden; m’n streak van sessie 1 t/m sessie 244 bij de fysio staat nog steeds en die ga ik niet meer weggeven voor het einde van mijn revalidatie. Door alle struggles was het trainen soms wel zwaar en frustrerend. Nu voelt dat anders. De trainingen worden steeds uitgebreider en uitdagender, we doen een grote variatie aan oefeningen en de lat gaat stap voor stap omhoog. Het gevoel weer écht iets te kunnen doen levert me veel energie op. Het is iedere keer een feestje om te trainen. En nóg een signaal dat we de goede kant op gaan: ik heb eindelijk weer spierpijn. Heerlijk!
Het lukt!
Op de loopband bij Eric ren ik inmiddels 3 x 1 minuut. In een van mijn vorige blogs schreef ik al hoe bijzonder dat voelde. Afgelopen week rende ik buiten spontaan en op een rustig tempo achter mijn zoon aan, die vrolijk uit school kwam en naar de auto rende, die een stukje verderop geparkeerd stond. Ik had net lekker getraind bij Eric, was nog warm en het wegdek was egaal. Dat moest lukken. Ik rende achter hem aan en langzaam kwam ik langszij, toen ik hoorde: “Wauw mama, het lukt je!” Hij sprong letterlijk een gat in de lucht en juichte. Ik denk niet dat hij zich realiseert hoe lang hij me niet heeft zien rennen. Hoe vanzelfsprekend dat ooit was en hoe onvoorstelbaar dat nu soms nog voelt. Voor ons beiden zat er een soort van ontlading in dat moment. Het zijn van die kleine momenten waarvan ik een half jaar geleden niet wist of ze ooit nog vanzelfsprekend zouden worden.
Nog zoiets… Afgelopen week liepen we een hele dag door de Efteling en pakten we alle attracties die we graag wilden doen. Aan het eind van de dag stond de teller op ruim 15.000 stappen, zonder noemenswaardige klachten en zonder hevige nasleep. Een dagje uit lukt fysiek weer. Het liet me weer even stilstaan bij waar ik vandaan kom. En het voelde boven verwachting goed. Wat is dit genieten!


