Zoals bijna altijd beginnen we de training met het losmaken van mijn knie. Even in beweging brengen, zodat er letterlijk wat ruimte in het gewricht ontstaat. Zonder mobiliseren lukt het ook wel, mét voelt het minder stroef en beweeg ik gemakkelijker.

Terwijl Eric mijn hak omhoog tilde richting hyperextensie, zei hij: “Die strekking raak je niet meer kwijt, daar hoef je echt niet bang voor te zijn.” Ik dacht: jij zegt nu hardop wat ik al lange tijd voel. Mijn knie voelt al langere tijd uitstekend; betrouwbaarder en beter dan ooit. Het vertrouwen groeit met iedere week dat ik meer kan dan de week ervoor.

Toen ik aan Eric vroeg of het losmaken altijd nodig zou blijven, reageerde hij: “Dat is niet de bedoeling… en je hebt het al steeds minder nodig dan voorheen.” Ook dat is progressie. Het betekent trouwens niet dat alles ineens perfect is, maar de manier waarop mijn knie nu reageert op intensiteit, verschilt wezenlijk van eerdere fases in dit traject.

Prikkels, frustratie en vooruitgang

Eric daagt me tijdens het trainen flink uit. De oefeningen worden steeds complexer, dynamischer en uitdagender. Nieuwe prikkels, nieuwe bewegingen, nieuwe combinaties. Ik vind dat ontzettend leuk.

Een van de oefeningen die ik uitdagend vind: van een hoge mat afstappen, eenbenig landen op een bosu-bal en met een aquaball mijn romp op snelheid indraaien. Dat vraagt behoorlijk wat coördinatie. Tijdens de eerste herhalingen voelde mijn knie zoekend aan en bleef ik niet stabiel staan. Dat leverde wat frustratie op en er vlogen enkele krachttermen door de zaal. Na een paar pogingen kreeg ik er meer grip op.

Eric relativeert op momenten dat oefeningen niet direct vlekkeloos gaan. Hij benadrukt dat juist deze prikkels nodig zijn om te groeien. Het zou niet goed zijn als ik iedere oefening met gemak doorkom. Juist in die uitdaging gaat mijn lichaam zoeken naar manieren om het wél voor elkaar te krijgen. Daar boek ik vooruitgang. En daardoor ga ik uiteindelijk ook beter bewegen.

Een fase van bouwen

Het trainen is echt iedere keer een feestje. Nieuwe oefeningen die ik eerder nooit kon doen, stappen die ik maak, tot het gaatje gaan en fysiek en mentaal voldaan een training afsluiten. Dat laatste doen we meestal met een ontspannen two touch spelletje met de bal. Heerlijk.

De beweging van extensie naar flexie gaat goed. Tweebenig gaat dit volledig zonder problemen. Eenbenig is het soms nog wat uitdagender, maar ook daarin ga ik met sprongen vooruit. Letterlijk sprongen. Ik spring inmiddels in allerlei varianten: drop jumps, box jumps, zijwaartse sprongen, landingsoefeningen en ga zo maar door. Revalideren draait zeker niet alleen om kracht, maar in deze fase ook om het gecontroleerd opvangen, sturen en opnieuw gebruiken van krachten in steeds complexere bewegingen. Het is veel meer dan alleen sterker worden. Daarom bestaan de oefeningen uit een combinatie van kracht, coördinatie en neuromusculaire training (double en soms zelfs triple task oefeningen).

Hardlopen in opbouw

Ook het hardlopen breiden we stap voor stap uit. Dat doe ik altijd vóórdat we gaan trainen. Waar ik kort geleden nog 3 x 1 minuut rende, is het in de afgelopen weken langzaam opgebouwd. Van 3 x 1,5 minuut, naar 4 x 1,5 minuut, naar 5 x 1,5 minuut, naar afgelopen vrijdag 6 x 1,5 minuut. Vanaf deze week ga ik twee iets langere blokjes van een minuut of vier tot vijf achter elkaar rennen. Om van daaruit weer verder op te bouwen. Het voelt goed. Weinig opbouw in klachten en het is gewoon lekker om weer meters te maken.

De vraag die steeds vaker terugkomt

Nu ik steeds meer kan en mijn progressie deel, krijg ik ook steeds vaker dezelfde vraag: ga je écht weer voetballen? Is dat wel verstandig? Ben je niet bang? Soms zijn het losse opmerkingen zoals: “Je bent gek!” of “Dat doe je toch niet na alles wat je hebt doorstaan!” of “Straks gebeurt het weer!”

Ik begrijp die vragen en opmerkingen. Ze zijn vast goedbedoeld. Veel mensen volgen dit traject al lange tijd van dichtbij. Voor velen zou dit een logisch moment zijn geweest om doelen bij te stellen. Om het rustiger aan te gaan doen. Voor mij niet. Voetbal hoort bij wie ik ben, het is een deel van mijn identiteit. Hoe moeilijker en uitdagender het traject werd, hoe meer vuur ik voelde om dit tot een goed einde te brengen. Ik vertrouw op de professionals die mij begeleiden en op het proces dat we volgen. Jacco en Eric geloven er net zo in als ik.

Ik heb ook nooit gezegd dát het gaat lukken, maar het is wel het doel waar we naartoe werken. Wat ik win als het lukt? Dat ik na alles wat dit traject van mij vroeg toch weer sta waar ik wil staan. Dat zou groots voelen. Los van dat einddoel heb ik in de afgelopen twee jaar ook op persoonlijk vlak grote stappen gezet.

En weet je? Angst is geen goede raadgever. Ik ben niet bang dat het weer gebeurt. Bovendien wil ik mijn leven niet laten bepalen door wat er allemaal mis zou kunnen gaan. Dan kies ik liever voor doen wat mij gelukkig maakt.

In gesprek met Jacco Zijl

Het vertrouwen dat ik voel, is mede ontstaan door de mensen die naast me staan. Revalideren doe je niet alleen. Onlangs sprak ik daar uitgebreid over met Jacco Zijl. Een orthopeed met een enorme passie voor zijn vak, wat je in alles merkt zodra hij begint te vertellen. We hadden het over voorste kruisbandrevalidatie, verwachtingsmanagement, motivatie en de samenwerking tussen patiënt, fysiotherapeut en orthopeed. En eigenlijk waren we na een uur nog lang niet uitgepraat. Het gesprek leverde een artikel op waar ik enorm enthousiast over ben. Volgende week lees je het hier.