Twee weken geleden schreef ik nog over tien minuten op het pannaveldje. Over het gevoel dat ik een stukje van mezelf terugkreeg en hoe bevrijdend dat was. Een moment waar ik lang naar had uitgekeken en dat voor mij symbool stond voor vooruitgang. Voor het idee dat ik weer dichter bij mezelf en het voetbal kwam. Alleen… de reactie in mijn knie was toen op het moment van schrijven nog niet gezakt. En eigenlijk is dat de rode draad geweest van de afgelopen weken. Geen zorgen, inmiddels gaat het weer de goede kant op.

Een testmoment dat niet doorging

Aan het einde van die week zou ik in een andere praktijk gaan testen hoe ik ervoor stond. Ik had me er enorm op verheugd, omdat ik benieuwd was waar ik stond. Ik hoopte op een bevestiging van het gevoel dat ik had: ik ben goed op weg. Maar dat gevoel bleek toch wat voorbarig. Enkele dagen voor de geplande test heb ik met Eric gekeken wat er überhaupt mogelijk was. Wat kan ik op dit moment? Wat laat mijn knie toe? Het antwoord was al snel duidelijk. Ik voelde het zelf al. Dit ging ‘m niet worden. Er zat te veel reactie in mijn knie. Ik kon bijvoorbeeld niet eens fatsoenlijk een drop jump uitvoeren, omdat ik de landing niet kon opvangen. Normaliter lukt mij dat prima. Mijn knie liet het niet toe om te testen zoals we dat voor ogen hadden. Nu gaan testen zou geen eerlijk beeld geven van waar ik sta in mijn revalidatie en zou me alleen maar frustraties opleveren. Daar heeft uiteindelijk niemand iets aan. We moesten realistisch zijn, dus besloten we om het niet te doen en het testmoment te verplaatsen naar een later moment. Een verstandige keuze, maar dat maakte het niet minder vervelend. Ik baalde als een stekker.

Van snelle vooruitgang naar een terugslag

Het contrast was in korte tijd ineens ontzettend groot. Tot voor kort ging ik met grote sprongen vooruit. Iedere week merkte ik verschil. Steeds meer kunnen, meer vertrouwen, meer belastbaarheid. Het gevoel dat eindelijk alles op zijn plek viel en dat we in een goede flow zaten. En dan ineens kom je in een dip en gaat die rem er weer op. Dat voelt als een klap in je gezicht.

De afgelopen weken waren fysiek gewoon niet goed. Een knie die stug aanvoelt, pijn doet, niet lekker beweegt en laat merken dat hij er weer is. Zwelling, warmte, druk voorin; het voelde weer iets té bekend. Het is te kort door de bocht om die reactie alleen toe te schrijven aan die tien minuten op het pannaveldje. Het voelt meer als een optelsom van factoren, waarbij meer belasting in het dagelijks leven en een hogere trainingsintensiteit bij de fysio ook een rol spelen.

Ik merk het onder andere in de overgang van extensie naar flexie. Mijn extensie haal ik moeiteloos, maar de beweging terug verloopt stroef en doet pijn. Een gevoel waar ik echt even langzaam doorheen moet bewegen. Regelmatig moet mijn knie tijdens het trainen voorin ‘los knakken’. Het voelt dan alsof er even iets in de weg zit, al belemmert het mijn ROM gelukkig niet. Die knak doet zeer, er verspringt iets, maar daarna beweegt het vrijer. Het is misschien nog wel het meest frustrerend als je merkt dat je knie weer de dag gaat bepalen. Dat was een tijd weg.

Als het even tegenzit

Omdat de reactie niet zakte, ben ik twee weken geleden weer gestart met Naproxen en paracetamol. Het was nodig om mijn knie weer tot rust te brengen. We moesten opnieuw een basis creëren van waaruit we verder konden bouwen.

Ik merkte dat deze terugslag mentaal ook iets met me deed. De frustratie liep op. Tijdens het trainen, omdat dingen niet gingen zoals ik wilde. Maar ook daarbuiten, in hoe mijn knie reageerde op dagelijkse belasting. Dat ik weer met een coldpack op de bank lag om de warmte eruit te halen. Ik had progressie ingeleverd.

Anderhalve week geleden schrok ik even van mijn eigen gedachte die ineens opkwam: “Misschien is het niet voor me weggelegd en moet ik er maar mee stoppen.” Dat is geen gedachte die ik vaak heb gehad in dit traject. Maar hij was er nu wel. Ik vond het even lastig, omdat mijn lichaam me terugfloot op een moment dat ik het gevoel had dat ik eindelijk op de goede weg zat.

Gelukkig bleef ik niet lang in dat gevoel hangen en wist ik me snel te herpakken. In de loop van vorige week merkte ik dat mijn knie langzaam weer rustiger werd. De zwelling is minimaal en de hitte is er weer uit. We zijn tijdelijk ook wat anders gaan trainen. Met minder impact, meer controle en focus op het inslijten van nieuwe beweegpatronen, en vooral binnen wat mijn knie op dat moment aankan. Dat wordt trouwens nauwkeurig gemonitord door Eric, die waar nodig bijstuurt. “Ik ben echt nog niet klaar, ik ga weer voetballen. Dan is de cirkel pas echt rond”, zei ik tegen hem. Twijfel is er soms. Frustratie ook. Maar er is ook nog steeds een grote mate van vastberadenheid en motivatie. Dat overheerst.

Kleine stappen die het verschil maken

Waar tweebenige oefeningen goed gaan, zit de uitdaging op dit moment vooral in eenbenige bewegingen. Met name de overgang van extensie naar flexie blijft bij bepaalde oefeningen een punt van aandacht. De focus ligt nu op het automatiseren van de juiste beweegpatronen, zodat die beweging niet meer iets is waar ik bewust doorheen moet, maar iets wat vanzelf weer soepel gaat. Het gaat dus niet alleen om kracht, maar juist ook om controle en coördinatie. Het neuromusculaire stuk speelt daarin een belangrijke rol: mijn lichaam moet die beweging weer automatisch en goed gaan aansturen.

Het voelt niet altijd zo, maar ik weet ook dat dit soort setbacks erbij horen. Het is onderdeel van het proces. Inmiddels is het tij gekeerd, gaat het fysiek weer de goede kant op en zit ik weer lekker ‘in de wedstrijd’. De twee weken Naproxen hebben daar zeker bij geholpen. Mijn knie is rustiger dan enkele weken geleden. De reactie is afgenomen en het beweegt weer een stuk beter. De overgang van extensie naar flexie voelt met momenten al minder stroef en minder geforceerd dan eerder. Dat zijn exact de kleine stappen waar ik nu naar op zoek ben. We gaan weer rustig verder met bouwen. En hoe onvoorspelbaar en uitdagend het traject soms ook is, één ding is zeker: ik blijf er alles aan doen om weer op dat veld te staan. Of zoals ik afgelopen zaterdag tijdens een lezing voor een groep fysiotherapeuten zei: “die voetbalschoenen gaan aan.”

training voorste kruisbandrevalidatie