Er zijn fases in een revalidatie dat het niet zozeer gaat om wat je doet, maar om wat je lijf je laat zien. Met hoe je lichaam omgaat met alles wat je van haar vraagt, of misschien nog wel belangrijker: wat je weer van haar dúrft te vragen. In die fase zit ik nu. Week 11 na de operatie. We zoeken de grenzen bewust op en dat voelt, na wat horten en stoten, beter dan ik me ooit had kunnen voorstellen. Mijn knie laat me dingen voelen die ik lange tijd niet meer heb gevoeld. Het gaat goed.

Zelf ben ik af en toe wat zoekende geweest in de balans tussen vertrouwen en alertheid. Wanneer luister je? Wanneer ga je door? Wanneer is iets een logisch signaal van belasting en wanneer moet je écht even pas op de plaats maken? Dat zijn geen vragen waar een vast antwoord op bestaat. Gelukkig heb ik de juiste mensen om me heen verzameld die me op het juiste pad houden als het nodig is. 

Revalideren na vier knieoperaties

Vier knieoperaties in anderhalf jaar tijd hakken erin. Blijkbaar sta ik daar niet altijd voldoende bij stil, want mensen om me heen moeten me er regelmatig aan herinneren dat het herstel na vier knieoperaties er anders uitziet dan na één operatie. Reality check #218.

Mijn lichaam heeft in relatief korte tijd veel te verduren gehad. Bijna twee jaar lang heb ik niet meer vrij kunnen bewegen. Nu heb ik wél weer de bewegingsvrijheid. Ik kan eindelijk trainen in volledige extensie, iets dat vrijwel al die tijd onmogelijk is geweest. Het voelt nog steeds bijna onwerkelijk als ik het opschrijf. De bewegingsvrijheid die ik nu weer heb betekent ook dat mijn lichaam opnieuw moet wennen aan belasting in het volledige bewegingsbereik. Dat is geen knop die je omzet, maar een fysiek proces.

Na de eerste trainingen van dit jaar, werd nogmaals duidelijk: dit traject vraagt geduld. Ik kan dat rationeel goed beredeneren. Gevoelsmatig is dat niet altijd makkelijk. Zeker niet als je lijf ineens weer perspectief laat zien.

Belastbaarheid opbouwen: prikkels en reactie

Mijn knie reageerde in het begin behoorlijk pittig. Het zorgde ervoor dat ik minder soepel m’n bewegingsbereik haalde. Mijn strekking haalde ik wel gewoon, maar de beweging van extensie naar flexie ging moeizaam. Vooral het laatste wakkerde mijn alertheid aan, omdat ik het gevoel aan de voorzijde dacht te herkennen van na de derde operatie. Het zal toch niet? Hoewel ik de feiten op een rij zette, lukte het me niet altijd om het weg te relativeren. Na alles wat er is gebeurd, is het volgens Jacco volkomen logisch en menselijk dat die alertheid er zit. En dat is niet erg.

Inmiddels lukt het me beter om dat onderscheid te maken. Reactie in mijn knie brengt me nu minder onrust, omdat ik begrijp waarom het gebeurt. Het is logisch dat het er is. Daarnaast laat mijn knie trouwens óók zien dat hij snel kan herstellen na belasting. Dat is een belangrijk signaal.

Afhankelijk van het tijdstip waarop we trainen is mijn knie na het trainen meestal in de loop van de dag óf de volgende ochtend al een stuk rustiger. Ik weet inmiddels dat een dag rust, wat koelen en het temporiseren van de belasting vaak al voldoende is om de boel weer redelijk tot bedaren te brengen.

Om mijn knie die ruimte te geven trainen we op maandag, woensdag en vrijdag. Op dinsdag en donderdag fiets ik thuis op de hometrainer wat uit en maak ik een wandeling. Op rustdagen probeer ik de belasting verder te beperken. Rust is immers net zo’n actief onderdeel van het proces als het trainen zelf.

Wat me verder enorm helpt, is dat ik de juiste mensen om me heen heb die me helpen om alles in perspectief te blijven zien. Mensen die met me meekijken en -denken, me spiegelen, me soms afremmen en soms juist bevestigen dat iets kan, normaal is of het proberen waard. Ik vind het lastig om die hulp te vragen, omdat ik gewend ben om veel zelf te dragen en op te lossen. Toch doe ik het nu, maar wel alleen als het echt nodig is.

Trainen in volledige extensie

Aan het begin van het trainen is mijn knie nog wat stroef. Als ik eenmaal goed warm en los ben, kan ik mijn oefeningen heel goed uitvoeren. Bij het squatten bijvoorbeeld kan ik de druk uitstekend verdragen, heb ik het gevoel dat ik het gewicht goed over beide benen verdeel én lukt het me om vanuit volledige extensie door te buigen in flexie. Zonder hapering. Dat voelt echt groots.

Eric maakt mijn knie altijd even goed los, waardoor ik ook de beweging van extensie naar flexie beter kan maken. Het blokkeert niet meer en ik hoef nergens meer ‘doorheen’ te bewegen. Bij eenbenige oefeningen is het soms wel lastig de druk te verdragen, omdat het pijn doet, maar ook daarin maak ik stappen.

Er zit gewoonweg nog wat gevoeligheid in mijn knie na bijna twee jaar gekloot en zoveel operaties. De prikkelverwerking moet weer op gang komen en dat kost nu eenmaal ook wat tijd. De beweeglijkheid blijft uitstekend en dat is op deze termijn na een operatie nog nooit zo geweest. Dat maakt dat dit traject er op dit moment veelbelovend uitziet.

Tijd als grootste vriend en als grootste vijand

Ondanks alle positieve signalen vind ik het langzaam gaan. Dat is geen klaagzang, maar wel de realiteit en dat mag ik gerust hardop zeggen. Tijd is in deze revalidatie mijn grootste vriend. Er is totaal geen druk van buitenaf, ik hoef er pas te staan als ik er klaar voor ben. We zien wel hoe het loopt en wanneer ik door de fases heen kom. Dat is de rationele zijde.

Tegelijkertijd is tijd ook mijn grootste vijand. Dat stuk zit aan de gevoelszijde. Als sporter wil je vooruit. Liever gisteren dan vandaag. Met de vooruitgang die ik nu voel wordt het ongeduld alleen maar getriggerd en kan ik écht niet wachten om grote stappen te gaan maken. Dat komt vanzelf met de tijd, maar ik merk soms dat ik hyper word van oefeningen die weer lukken en het perspectief dat het biedt. Volgende week ga ik meer delen over een onverwachte, maar fantastische mijlpaal die ik gisteren bereikte. Zoiets groots in een voorste kruisbandrevalidatie verdient namelijk een eigen blog. En ik moet ook eerlijk bekennen dat deze blog al af was bij het behalen van die mijlpaal. Welke dat is? Daar mogen jullie de komende week nog even over nadenken.

Vooruitkijken zonder forceren

Sinds afgelopen weekend ben ik gestopt met Naproxen. Weer een volgende stap in dit proces. Het maakt me nieuwsgierig naar wat mijn knie zélf kan dragen, zonder de demping van medicatie.

Ik voel motivatie en strijdlust. Ik heb zóveel zin om te trainen. Het geeft me een intens geluksgevoel om te merken dat mijn knie in de meewerkstand staat. Hoewel er op mindere dagen echt wel eens twijfels zijn en ik dan in een hevige innerlijke strijd verwikkeld raak, heb ik doorgaans vertrouwen in een goede afloop.

Dat vertrouwen zit ‘m in het totaalplaatje. In het feit dat mijn knie zich steeds vaker laat zien als een knie die mee wil werken in plaats van tegenwerken. Dat hij prikkels verdraagt. Dat hij nog altijd reageert, ja, maar ook weer herstelt. Dat is misschien wel de grootste winst van deze fase.

Tijdens het trainen voel ik me vrijer dan ik me in lange tijd heb gevoeld. Ik ben bezig, gefocust, in beweging en op weg naar beter. Dat gevoel heb ik zo gemist. En nu het er weer is, wil ik het vasthouden. Het simpele besef dat ik na bijna twee jaar weer écht aan het bouwen ben, maakt mij een dankbaar mens.

Training met bal na voorste kruisbandreconstructie