Tijdens mijn eigen revalidatie maak ik al lange tijd gebruik van Blood Flow Restriction Training (BFR-training). Een trainingsvorm die ook steeds vaker wordt ingezet in de vroege fase na een voorste kruisbandoperatie. Maar wat is het precies, wanneer gebruik je het en is het eigenlijk wel veilig? Om daar meer over te leren vroeg ik sportfysiotherapeut en BFR-expert Mathias Thoelen om zijn kennis en ervaring te delen.
Tekst door Mathias Thoelen
Na een voorste kruisbandreconstructie (VKB-reconstructie) wil je vaak één ding: zo snel mogelijk weer spierkracht en spiermassa opbouwen, zodat je kunt terugkeren naar je dagelijkse activiteiten en sport. Tegelijk merk je in de vroege fase vaak dat spierkracht en spiermassa moeilijk terug te winnen zijn. Juist in die fase kan Blood Flow Restriction Training (BFR-training) een waardevolle aanvulling zijn binnen je revalidatie.
Veel mensen horen direct na een voorste kruisbandreconstructie van hun arts of fysiotherapeut: “Je moet meteen starten met revalideren.” Dat advies is er niet voor niets. In de eerste periode na de operatie verlies je namelijk snel spiermassa en spierkracht, terwijl je knie nog maar beperkt belast mag worden. BFR-training kan helpen om spierkracht en spiermassa toch te verbeteren zonder zware gewichten te gebruiken. Zo wordt rekening gehouden met het herstel van het weefsel en de verminderde belastbaarheid van de knie.
Belangrijk om te weten: BFR-training vervangt geen normale, geleidelijk opgebouwde belasting. Het is een extra hulpmiddel binnen je revalidatie. Door sneller vermoeidheid te creëren, worden processen in het lichaam geactiveerd die spieropbouw stimuleren, juist wanneer zware belasting nog niet mogelijk is.
Wat is BFR-training precies?
BFR-training is een vorm van kracht- of uithoudingstraining waarbij met een lage belasting toch duidelijke trainingseffecten worden bereikt. Denk hierbij aan verbeteringen in spierkracht en spiermassa, maar ook aan pijnvermindering, uithoudingsvermogen, stimulatie van het botmetabolisme en positieve veranderingen in pezen.
Tijdens de training wordt de doorbloeding van een been gedeeltelijk afgesloten door middel van een occlusieband. Hierdoor ontstaat een zuurstofarme omgeving in de spieren. In dat geval moeten de snelle spiervezels (type 2) eerder en meer worden aangesproken, omdat de langzame spiervezels (type 1) niet meer voldoende zijn om de beweging vol te houden ondanks de lage intensiteit.
Waarom BFR-training juist in de vroege fase waardevol is
Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat training met hoge intensiteit normaal gesproken nodig is om spierkracht en spiermassa op te bouwen. Na een voorste kruisbandreconstructie is trainen met zware gewichten nog niet mogelijk. We moeten het genezingsproces respecteren en rekening houden met de beperkte belastbaarheid van de knie, zeker wanneer er aanvullende beperkingen zijn, bijvoorbeeld door een gehechte meniscus.
Daardoor zijn we in deze fase aangewezen op laagintensieve krachttraining. Het nadeel hiervan is dat de spieren vaak niet voldoende vermoeid raken, omdat er veel herhalingen nodig zijn. Juist die vermoeidheid is belangrijk om spierkracht en spiermassa op te bouwen en om het verlies ervan in een vroege fase te beperken.
Van KAATSU naar moderne BFR-training
De oorsprong van BFR-training ligt in Japan. In 1966 ontdekte Dr. Yoshiaki Sato het principe achter KAATSU, de voorloper van de huidige BFR-training. Tijdens een lange boeddhistische ceremonie zat hij langdurig op zijn knieën, wat leidde tot een vermoeid, gezwollen en onaangenaam gevoel in zijn kuiten. Dit leek sterk op het gevoel na intensieve krachttraining van de kuitspieren. Dat moment vormde het begin van meer dan 40 jaar experimenteren met verminderde doorbloeding.
KAATSU was destijds minder objectief en minder veilig, omdat er nog geen nauwkeurige metingen werden gebruikt. Toch legde dit de basis voor de methode zoals we die nu kennen. Tegenwoordig zijn experts het erover eens dat BFR-training een aanbevolen onderdeel kan zijn binnen de voorste kruisbandrevalidatie, zoals beschreven in de praktijkrichtlijn van Kotsifaki en collega’s (2023).
Veiligheid en dosering in de praktijk
Voor een veilige en effectieve toepassing is de dosering van groot belang. Eerst wordt een medische screening uitgevoerd om mogelijke contra-indicaties uit te sluiten. Vervolgens wordt de Limb Occlusion Pressure (LOP) gemeten om te bepalen hoeveel de doorbloeding verminderd mag worden. Dit gebeurt met een pneumatische cuff, vergelijkbaar met een bloeddrukband, die zo dicht mogelijk bij het heupgewricht wordt aangebracht wanneer de benen getraind worden.
Met behulp van een doppler of een automatisch meetapparaat wordt vastgesteld welke druk nodig is om de bloedtoevoer volledig af te sluiten. Deze druk noemen we de LOP. Op basis daarvan kan BFR-training op een gecontroleerde manier aan bepaalde percentages occlusie worden toegepast binnen verschillende trainingsvormen. (zie figuur: Pijlers van BFR Training).
Wat ervaren revalidanten tijdens BFR-training?
Veel patiënten vinden BFR-training in het begin een bijzondere ervaring. Tijdens de oefeningen kan een duidelijk gevoel van druk in het been ontstaan, vergelijkbaar met een sterke verzuring tijdens intensieve krachttraining. Ondanks dat er met lichte gewichten wordt gewerkt, kan de training daardoor verrassend zwaar aanvoelen. Dat is een normale reactie en hoort bij het beoogde trainingseffect. Na afloop kan er sprake zijn van spiervermoeidheid of lichte spierpijn, net zoals na een gewone krachttraining.
BFR als onderdeel van het revalidatieproces
Blood Flow Restriction Training kan een waardevolle aanvulling zijn binnen de revalidatie na een voorste kruisbandoperatie, met als doel je zo goed mogelijk en zo veilig mogelijk terug te brengen naar bewegen, dagelijkse activiteiten en uiteindelijk sport. Mits correct toegepast kan BFR-training helpen om spierverlies in de vroege fase te beperken en de overgang naar zwaardere training te vergemakkelijken. Het is dus niet óf, maar wanneer BFR-training toegepast kan worden in voorste kruisbandrevalidatie.


