Eindelijk een plan. Toch kwam de klap.

Vorige week schreef ik uitgebreid over mijn afspraak met Duncan Meuffels in het Erasmus MC en het nieuwe plan dat daaruit is gekomen. Mijn huidige voorste kruisbandreconstructie wordt verwijderd, de tunnels worden schoongemaakt en daarna krijgt mijn knie eerst de tijd om tot rust te komen. Daarna kijken we verder.

Na het gesprek voelde ik vooral opluchting, want na maanden van onzekerheid ligt er eindelijk een plan. Het is pijnlijk dat dit de conclusie is na 2,5 jaar strijd, maar ik sta wel helemaal achter het plan. Bij die opluchting is nog een ander gevoel gekomen, namelijk het besef wat dit werkelijk betekent. Afgelopen week was daardoor een heel pittige week.

Van opluchting naar besef

Tijdens de afspraak met Duncan was ik vooral gefocust op het gesprek. Ik sta tijdens zo’n gesprek altijd op scherp. Ik wilde goed luisteren, mijn vragen stellen en begrijpen waarom we voor deze route kiezen. Toen hij vertelde dat de wachttijd voor de operatie op dit moment richting het tweede kwartaal van 2027 gaat, schrok ik wel. Dat is echt heel erg lang.

Pas thuis kwam het echt binnen en ging het gesprek meermaals door mijn hoofd. Na belangrijke afspraken speel ik voor mezelf het bandje nog een keer af en komen er dingen binnen waar ik tijdens het gesprek zelf nauwelijks bij stil heb gestaan.

Tweede kwartaal 2027. Holy shit.

Ik had zeker rekening gehouden met een wachttijd, maar zeker niet met mogelijk nog ruim een halfjaar. Nog maanden verder met een knie die mijn dag bepaalt, pijn doet, reactief is, regelmatig blokkeert en me ’s nachts wakker houdt. Na de operatie weer herstellen, opbouwen en afwachten hoe mijn knie het gaat doen. En misschien wel weer een reconstructie? Dan zijn we nog een paar jaar verder. Bovendien vind ik het geen prettig idee om zo lang door te lopen met een knie die continu geprikkeld is en een beperkte strekking heeft. Wat doet dat op termijn met de gezondheid van de rest van mijn knie?

Ik merkte dat het gesprek van de ochtend en het vooruitzicht op de lange wachttijd me steeds meer aangreep naarmate de dag vorderde. Tijdens het avondeten werd ik zó misselijk dat alles eruit kwam. Ik werd letterlijk ziek van alles wat er door mijn hoofd ging. Het kwam hard binnen.

Alles gegeven

Die avond dacht ik ook veel na over de afgelopen 2,5 jaar. Er zit al zoveel tijd, energie en hoop in dit traject. Ik heb echt alles gedaan wat binnen mijn invloed lag. Ik ben altijd op komen dagen bij de fysio, heb mijn trainingen serieus genomen, me verdiept, veel gereflecteerd en probeerde steeds te begrijpen wat er speelde. Na iedere operatie, terugval of andere tegenslag ben ik opnieuw begonnen. Altijd met frisse moed, want ‘nu ging het beter worden en straks kan ik weer voetballen’. Ik heb er alles aan gedaan om deze reconstructie te laten slagen. Toch is dit de uitkomst. Dat vind ik echt heel erg pijnlijk. De website ‘Kruisbandperikelen’ doet zijn naam wel eer aan…

Het voelt gelukkig niet meer als falen. Dat is in eerdere fases van mijn revalidatie anders geweest. Ik heb vaak genoeg aan mezelf getwijfeld. Ook de afgelopen maanden. Wat als er straks niets uit alle onderzoeken komt? Wat als niemand kan verklaren waarom mijn knie zo slecht functioneert? Is dit dan het eindstation of moet ik gewoon accepteren dat dit hoort bij een knie die vier keer geopereerd is? Het gesprek met Duncan heeft daar voor mij wel iets in veranderd. Hij was duidelijk: er spelen voldoende zaken in mijn knie om aan te nemen dat deze reconstructie niet goed functioneert. Dat was fijn om te horen. Ik heb gedaan wat ik kon. Alleen blijft het verdrietig dat alles wat ik erin heb gestoken uiteindelijk niet heeft kunnen voorkomen dat ik hier ben uitgekomen.

Toch naar Eric

De avond na het gesprek met Duncan stond ook mijn afspraak met Eric gepland. Een paar mensen zeiden tegen me dat ik die gewoon maar een keer moest skippen, om even tijd voor mezelf te nemen en alles te laten bezinken. Met lood in mijn schoenen ben ik gegaan, zonder de intentie om te trainen. Ik voelde me moe, was nog steeds misselijk en had echt geen behoefte om te trainen. Het leek me wel goed om Eric even bij te praten.

Als er íemand is met wie ik goed kan sparren, is hij het wel. Eric heeft mijn hele traject van dichtbij meegemaakt en weet als geen ander hoeveel er is gebeurd. Hij heeft me zien opbouwen, terugvallen en opnieuw beginnen. We hebben mijlpalen gevierd en stonden samen op het veld, genoten van mijn eerste balcontacten. We hebben samen gezocht als mijn knie weer iets anders deed dan we verwachtten en hij weet ook hoeveel ik erin heb gestoken.

We hebben een halfuurtje gezeten en gepraat. Over het gesprek met Duncan, maar vooral ook over wat er nu gaat komen en hoe we de komende periode gaan aanpakken. En ik kon gewoon even ventileren. Dat was fijn en nodig. Trainen zat er die avond niet in en daar was gelukkig alle begrip voor.

“Jij kunt dit”

Ik heb na het delen van het nieuwe plan ontzettend veel lieve reacties gekregen. Dat geeft me zo’n goed gevoel. Mensen die zeggen dat ik dit ook weer ga fixen. Dat ik sterk ben, dat ik al zoveel heb doorstaan en dat ik het al eerder heb gedaan. Ik weet hoe lief het bedoeld is. Alle woorden zijn raak. Iedereen heeft gelijk. Als het moment daar is, ga ik weer vol goede moed naar het ziekenhuis. Zo goed ken ik mezelf inmiddels wel. Ik ga die operatie in en daarna ga ik gewoon wéér doen wat nodig is. Alleen de afgelopen week voelde ik dat even niet zo. Het is even heel veel.

Ik denk dat mensen, dichtbij én verder weg, ook een bepaald beeld van mij hebben. Ik ben positief ingesteld, lach veel en mijn glas is meestal halfvol. Ik heb een volle (werk)agenda, ben bezig met mijn boek, draai mee bij PSV, revalideer en probeer een sociaal leven te onderhouden. Toch gaat dat allemaal niet vanzelf en het feit dat ik altijd doorga, betekent écht niet dat het me makkelijk afgaat. Al zeker niet met alle ‘perikelen’ die nu meespelen. Ik laat dat ook niet altijd aan de buitenwereld zien. Ik ben nu eenmaal geneigd om te kijken naar wat er wél kan. En dóór. Dat is ook oprecht hoe ik in elkaar zit en heeft me de afgelopen 2,5 jaar ontzettend geholpen.

De maanden tot de operatie

Los van alles wat het mentaal met me doet, moeten we nu ook praktisch gaan kijken hoe ik de komende maanden doorkom. Ik wil blijven trainen. Dat staat voor mij niet ter discussie. Ik wil geen kracht inleveren, maar we moeten rekening houden met een knie die echt beperkt is. We moeten niet continu die knie over de kling jagen, ook al zit ik op dit moment een beetje in de ‘het-maakt-toch-allemaal-geen-zak-uit’-modus.

Eric en ik hebben afgesproken om te blijven trainen binnen wat mijn knie aankan en nog meer naar de hele keten te kijken. Kracht behouden waar dat kan en mijn knie zo min mogelijk onnodig provoceren. Daar komt nog een praktisch probleem bij. Mijn huidige fysiotherapie-indicatie loopt op 3 november af. Voor de rest van dit jaar heb ik nog voldoende behandelingen vanuit mijn aanvullende verzekering, maar als ik inderdaad tot ergens in het tweede kwartaal van 2027 moet wachten, ontstaat er daarna een behoorlijk lange periode.

Of ik dan zelf een abonnement bij een sportschool afsluit en een groot deel zelfstandig ga doen, of toch fysiotherapie blijf volgen en die kosten deels zelf ga betalen, weet ik nog niet. Het geeft stof tot nadenken.

Wachttijd

Donderdagmiddag belde het secretariaat dat Duncan me vrijdag graag even wilde spreken. Ik ging er eigenlijk vanuit dat het over mijn mail over de lange wachttijd zou gaan, maar hij belde naar aanleiding van mijn blog. Hij vond dat ik ons consult knap had verwoord en complimenteerde me met mijn platform. Dat vond ik echt heel leuk om te horen. Ik weet dat inmiddels veel zorgprofessionals mijn blogs lezen. Mede daarom ben ik heel zorgvuldig in wat ik schrijf. Het kost me vaak veel tijd om een blog zo te formuleren dat ik vind dat ik recht doe aan wat er tijdens zo’n gesprek is gezegd. Zeker als er bepaalde emoties meespelen.

De wachttijd heb ik vervolgens zelf nog even ter sprake gebracht. Ik zei tegen Duncan dat ik eigenlijk had verwacht dat hij dáárover belde. Hij adviseerde me om contact op te nemen met het planbureau en zou hen zelf ook informeren.

Gisterochtend heb ik gebeld met het planbureau. De indicatie voor de wachttijd is inderdaad het tweede kwartaal van 2027, maar ik sta nu ook op de uitvallerslijst. Er werd gevraagd of ik de komende tijd nog vakanties of andere dingen gepland heb staan. Dat is niet het geval. De uitvallerslijst kan in het meest gunstige geval betekenen: vandaag gebeld worden en morgen komen. Nou, liever gisteren dan vandaag, zei ik tegen de mevrouw aan de telefoon. Er moet alleen nog wel een belafspraak met de anesthesist plaatsvinden. Die staat nu gepland op 24 november. Daarna ben ik wat dat betreft in ieder geval helemaal klaar voor het moment dat er hopelijk eerder een plekje vrijkomt.

Lukt het niet om de operatie naar voren te halen, dan is het uitzicht op het tweede kwartaal van volgend jaar de route die voor me ligt. Dan zal ik weer een beroep moeten doen op iets waar ik inmiddels behoorlijk veel ervaring mee heb opgedaan: geduld. Zucht.

Slapen is een ding

Er is alleen nog iets waarvan ik weet dat ik er wel iets mee moet: mijn nachtrust. Ik slaap al zeer lange tijd slecht door mijn knie. Inslapen is nooit een probleem, maar ik word wakker van de pijn als ik draai en onbewust die knoep opzoek, lig vervolgens lang wakker en kom daardoor vaak niet aan een fatsoenlijke nacht slaap toe.

Er zijn de afgelopen maanden wel mensen geweest die tegen me hebben gezegd dat ik misschien eens iets met dat slapen moet doen. Ik ben niet iemand die snel naar de huisarts gaat. Ik kom daar niet graag. Dit heb ik ook heel lang afgehouden. Tot ik tijdens het gesprek met Duncan hoorde hoe lang de wachttijd mogelijk gaat zijn. Toen dacht ik: oké, als ik deze periode moet overbruggen, moet ik ook zorgen dat ik dat zo goed mogelijk kan. Daarom heb ik afgelopen vrijdag een afspraak bij de huisarts gehad. We bespraken mijn huidige situatie en de huisarts was het met me eens dat we wel iets moeten gaan proberen. Als ik af en toe al eens een nacht kan bijtanken, zou dat heel fijn zijn. We hebben ervoor gekozen om te kijken of ik met een combinatie van pijnstilling ’s nachts wat beter kan slapen en gaan de komende tijd uitproberen wat werkt. Het lost de problemen in mijn knie natuurlijk niet op, maar het zal me hopelijk wel helpen om de wachttijd te overbruggen.

Wat zou ik de Cindy van 2024 vertellen?

Iemand vroeg me wat ik zou zeggen tegen de Cindy van het begin van het traject, als ik nu even naast haar kon gaan zitten. Mooie vraag, waar ik niet lang over na hoefde te denken. Ik zou haar vooral hoop geven. Mijn traject is uitzonderlijk. Wat er de afgelopen 2,5 jaar allemaal is gebeurd, is niet hoe een ‘normale’ revalidatie na een voorste kruisbandreconstructie verloopt. Gelukkig maar. Als iemand die aan het begin van een voorste kruisbandrevalidatie staat mijn verhaal leest, hoop ik dan ook nooit dat diegene denkt: als dit maar niet bij mij gebeurt. Ik zou juist zeggen: ga ervoor. Een kruisbandrevalidatie vraagt veel inzet. Je moet trainen, geduld hebben, naar je lichaam leren luisteren en accepteren dat niet iedere week beter zal zijn dan de vorige. Maar de kans dat iemand hetzelfde traject doorloopt als ik, is gelukkig ontzettend klein. Dat gezegd hebbende zou ik de Cindy van toen haar positiviteit laten houden. Ook omdat ik nu weet hoe belangrijk die is geweest om het traject vol te houden. Ik heb na iedere operatie opnieuw geloofd dat het beter kon worden. Ook nu sta ik er zo in. Ik weet dat ik, wanneer het zover is, weer alles ga geven. Dat zit in me en dat gaat echt niet veranderen.

Maar op dit moment overheerst ook gewoon de pijn dat ik na zo lang strijden weer terug ga naar nul. En zie ik op tegen de lange weg die eerst nog vóór die nieuwe start ligt. Het is nu gewoon even kut en het kost tijd om dat een plek te geven, maar ik herpak me wel weer. Dat heb ik tot nu toe iedere keer gedaan.