Onderweg naar Rotterdam
Het was maandag. Ik deed wat ik moest doen, hield mijn hoofd erbij en kwam de dag door zoals dat vaker gaat. Doorgaan, functioneren en meebewegen met wat er van me gevraagd wordt. Maar ergens op de achtergrond was hij er steeds: de afspraak van vandaag bij Duncan Meuffels in het Erasmus MC.
Omdat de afspraak al vroeg stond gepland, besloot ik gisteravond na mijn werk al richting Rotterdam te rijden. Ik zat alleen in de auto, zette mijn favoriete playlist op en liet me meevoeren in mijn gedachten. Het gesprek met Duncan had ik in mijn hoofd al tig keer gevoerd.
Het voelt weer als een hoofdstuk dat ik niet had willen schrijven, maar het ligt er nu toch. En laat ik vooropstellen: ik blijf achter de keuzes staan die we eerder hebben gemaakt. Iedere stap is gezet met de kennis, de beelden en het vertrouwen van dat moment. Ik ben ook oprecht dankbaar voor de specialisten die hebben meegedacht, gezocht en geprobeerd om mijn knie weer rustig en functioneel te krijgen.
Hoop op een frisse blik
Toch bleef er steeds dat knagende gevoel dat er iets niet klopt. Ik zei het vier weken na mijn eerste operatie al. Ik wist niet precies wat er aan de hand was, maar ik ken mijn lijf. Na een leven lang sporten en jarenlang topsport voel je wanneer iets functioneert, maar ook wanneer iets dat niet doet.
De afgelopen dagen begon ik zelfs weer aan mezelf te twijfelen. Dat doet zo’n traject blijkbaar met je. Het is een mindf*ck. Op een gegeven moment ga je denken: Zie ik het verkeerd? Ben ik nou gek? Moet ik me erbij neerleggen? Totdat Eric, die mijn knie al die tijd van dichtbij heeft meegemaakt, zei: “Cindy, kom op, het is toch duidelijk dat dit niet functioneert. Als ik zie en hoor waar je doorheen moet, nee, dat is niet normaal. En die MRI-beelden liegen ook niet.” Ja, hij heeft gelijk. Wat een gekloot.
In dit traject heb ik al vaker gezegd: haal de ‘hele zooi’ er maar uit en laten we maar opnieuw beginnen. Vanuit het sterke gevoel dat ‘het’ niet klopt en we telkens proberen op te ruimen wat terugkomt, terwijl de vraag blijft waaróm het steeds terugkomt.
Vier operaties verder reed ik dus naar Rotterdam. Met terugkerende artrofibrose. Twee notchplastieken. Mechanische klachten die blijven terugkomen en een blijvend reactieve knie. Met hoop op een frisse blik. En behoefte aan een duidelijke visie en een plan, want zo verdergaan is voor mij absoluut geen optie.
Mijn voorste kruisbandtraject opnieuw op tafel
Dat is iets wat Duncan Meuffels gelukkig ook inziet. Eenmaal binnen viel de spanning van me af, omdat ik al snel merkte dat er echt geluisterd werd. Hij begon niet bij de laatste MRI van enkele weken geleden, maar wilde vanaf het begin alles op een rij zetten. Vanaf het traumamoment in februari 2024 tot nu. De hele tijdlijn moest op tafel.
Na zo’n lang traject is het bijna onmogelijk om alles kort samen te vatten. Toch heb ik de belangrijkste zaken helder op mijn netvlies staan en is deze blog helpend om relevante details eruit te pikken.
Duncan nam uitgebreid de tijd. Ruim een uur hebben we alles doorgenomen. Mijn verhaal, de beelden, de operaties, de klachten en vooral ook mijn gevoel dat er steeds iets blijft spelen waardoor mijn knie terugvalt.
Recidiverende artrofibrose
Hij zei dat hij de halve puzzel kan leggen. Dat vond ik een heel passende omschrijving. Want nee, er ligt nog geen pasklare oplossing. Die had ik in een eerste afspraak ook niet verwacht. Daarvoor is mijn traject inmiddels te complex geworden. Er zijn nog dingen onduidelijk en er kunnen meerdere oorzaken meespelen. Maar hij erkent wel dat ik echt een probleem heb. De recidiverende artrofibrose is zeker problematisch en heeft een aandeel in mijn klachtenbeeld. Daar waren we het over eens. Na iedere operatie lijkt het beter te gaan, waarna ik toch weer terugval. Dat patroon is er niet voor niets. Daar ligt een oorzaak aan ten grondslag. We moeten zoeken welke. Het is exact de vraagstelling waar ik zelf al zo lang mee rondloop.
Notch impingement als mogelijke oorzaak
Ook mijn eigen hypothese kwam uitgebreid aan bod. Voor mijn gevoel is de artrofibrose mogelijk het gevolg van iets wat mechanisch blijft irriteren. Notch impingement blijft voor mij één van de mogelijke verklaringen. Ik vertelde Duncan ook dat ik hem eerder in een podcast had horen zeggen dat als hij al een notchplastiek moet overwegen, hij zich afvraagt of er bij de reconstructie iets niet goed is gegaan. Hij bevestigde dat een notchplastiek bij een goede reconstructie eigenlijk niet nodig zou moeten zijn. Ik heb er twee gehad. Dat is een gegeven dat ik niet zomaar los kan zien van de rest van mijn traject.
Twee notchplastieken, terugkerende artrofibrose en mechanische klachten die steeds terugkomen, zijn voor mij allang geen losse toevalligheden meer. Zeker niet omdat er in Geldrop tijdens de MRI in september 2024 en tijdens de arthroscopie in oktober 2024 ook al losse vezels aan de voorzijde van mijn kruisband werden gezien. Ik heb dat benoemd, omdat ik zelf steeds meer ben gaan denken dat ook dát mogelijk in hetzelfde plaatje zou kunnen passen. Duncan schoof die gedachte niet van tafel. Dat deed me goed.
Mechanische klachten en een reactieve knie
Het pijnlijke punt rond de 20 graden, van extensie naar flexie, begrijpt hij nog niet zo goed. Zelf vind ik dat ook een lastige. Het is moeilijk uit te leggen wat daar precies gebeurt. Het is niet alleen pijn. Het voelt alsof mijn knie daar mechanisch vastloopt. Daar wil Duncan verder in duiken.
Tijdens het lichamelijke onderzoek werd ook duidelijk hoe beperkt mijn knie op dit moment weer is. Duncan zag dat er vocht in mijn knie zit en vroeg of mijn knie nu voor mijn doen rustig was of niet. Dat was volgens mij zo.
Niet alle testen konden goed worden uitgevoerd. De pivot shift test deed te veel pijn. Hij vroeg me ook om eenbenig te springen. Toen ik een tijd geleden goed op schema lag, kon ik dat. Nu kan ik de landing niet meer opvangen en is mijn controle erg matig. Dat zegt genoeg.
Ook mijn mobiliteit viel op. Met mijn linkerbeen haal ik hyperextensie. Mijn rechterbeen ligt niet meer ontspannen plat op de tafel. Languit met mijn benen voor me liggen is ook niet comfortabel meer. Ik ben mijn volledige extensie kwijt.
De flexie van mijn rechterbeen loopt nog iets achter op links. Toen Duncan vroeg of ik kon hurken, moest ik daar ‘nee’ op antwoorden. Dat zijn dingen waar je bijna een soort van aan gewend raakt, toch is het confronterend. Ik vertelde ook over de dagelijkse beperkingen zoals een trap aflopen. Over onverwachte bewegingen niet kunnen opvangen en over dynamische bewegingen die niet meer lukken.
Op papier is mijn traject al complex, maar tijdens het onderzoek werd ook zichtbaar hoe mijn knie nu functioneert. Of eigenlijk: niet functioneert.
CT-scan om boortunnels te beoordelen
De volgende stap is het maken van een CT-scan. Daarmee wil Duncan de boortunnels opnieuw kritisch bekijken. Een duidelijk afwijkende tunnelpositie is volgens hem op MRI vaak al goed te zien. Subtielere malposities minder goed, vandaar een nieuwe scan. Duncan gaat samen met de radioloog naar de beeldvorming kijken en de verschillende scans die eerder in het traject zijn gemaakt met elkaar vergelijken.
Ik vroeg nog naar de wachttijd voor de CT. Daarop zei hij met een knipoog: “Tot nu toe waren je vragen makkelijk, maar deze is moeilijker.” Eerst leek het vijf à zes weken te kunnen duren. Gelukkig kan ik nu al op 17 juli terecht, doordat er een plekje is vrijgekomen.
Daarnaast heb ik direct bloed laten prikken om laaggradige ontstekingen uit te sluiten. Daar verwacht hij niet direct iets van, en ik eerlijk gezegd ook niet, maar ik vind het wel goed dat hij breed kijkt. Als je ergens nieuw binnenkomt met een complex dossier, moet je dingen ook willen uitsluiten.
Update: de bloeduitslagen zijn inmiddels bekend. Alles valt binnen de referentiewaarden, dus er lijkt geen sprake te zijn van een laaggradige ontsteking.
Graft verwijderen?
Wat voor mij vooral belangrijk was: ook als de CT geen heel overtuigend antwoord geeft, stopt het daar niet. Ook dan kijken we samen verder. Ik vroeg Duncan wat ik dan kan verwachten omdat ik enigszins wil weten waar ik aan toe ben. Als ik zo inderdaad niet meer verder kan, staat hij ervoor open om de graft te verwijderen en de tunnels te vullen.
Mochten we die keuze maken, dan is het doel om mijn knie vervolgens eerst tot rust te krijgen, kracht te gaan opbouwen en om te kijken of ik weer normaal kan functioneren in het dagelijks leven. Misschien lukt dat zonder kruisband goed genoeg. Daarna kan altijd nog opnieuw worden gekeken wat ik wil en wat verstandig is. Misschien wordt het wel een revisie, maar daarmee denk ik op dit moment te veel stappen vooruit.
Voor nu moet eerst de puzzel verder worden gelegd, omdat hij ook meer zekerheid wil over het ontstaan van de klachten rond de 20 graden. Ik denk zelf dat het, net als na de derde operatie, de artrofibrose of het vetlichaam van Hoffa is dat ergens klemt. Duncan vraagt zich af waarom het alleen van extensie naar flexie gebeurt en niet andersom. Het voelt goed dat hij zich erin vastbijt.
Doelen bijstellen
We hadden het ook over mijn doelen. Ik ben gedreven, dat schijnt een mooie eigenschap te zijn, maar Duncan drukte me ook op het hart om goed na te denken of het, áls deze knie ooit weer goed genoeg wordt, verstandig is om nog terug het veld op te stappen. Na alles wat mijn knie heeft doorgemaakt en met het risico op artrose dat inmiddels fors is vergroot, raadt hij dat met klem af. Ik knikte instemmend. Natuurlijk is het niet leuk om te horen.
Anderzijds heb ik hier de laatste tijd ook zelf al veel over nagedacht. Soms voel ik berusting, maar het echt hardop uitspreken dat ik definitief stop met voetballen is me nog niet gelukt. Dat heeft nog tijd nodig. Diep vanbinnen weet ik ook wel dat dit traject eerst over iets anders moet gaan, namelijk weer normaal functioneren, een knie die rustig wordt en gewone bewegingen weer kunnen vertrouwen. Dat is prioriteit nummer 1.
Erkenning en richting
Na het consult had ik een vol hoofd, maar ik was ook opgelucht. Ik heb mijn verhaal kunnen doen en de belangrijkste informatie van de afgelopen 2,5 jaar op tafel gelegd. Natuurlijk ben ik vast nog details vergeten, maar in grote lijnen heb ik alles gedeeld. Ik voelde me serieus genomen. Mijn klachten worden opnieuw serieus in de volle breedte bekeken en mijn hypothese wordt meegenomen in het verdere onderzoek. Dat voelt als erkenning én als richting. De puzzel ligt weer op tafel.


