Veelgestelde vragen

Sinds ik over mijn voorste kruisband revalidatie schrijf, krijg ik best wel eens wat vragen. Van lotgenoten die zelf midden in een revalidatie zitten. Van mensen die net hun kruisband hebben afgescheurd en nog geen idee hebben wat hen te wachten staat. Van fysiotherapeuten, artsen, collega’s, vrienden en mensen die Kruisbandperikelen inmiddels al ruim twee jaar volgen.

Sommige vragen zijn praktisch, andere zijn persoonlijker. Sommige vragen krijg ik zó vaak dat ik het antwoord inmiddels bijna automatisch geef. Toch zit er achter zo’n kort antwoord meestal veel meer dan ik op dat moment vertel. Dus leek het me leuk om er eens een aantal uit te pikken. Hier zijn de vragen die ik vaak krijg, met het eerlijke antwoord dat erbij hoort.

Hoe houd je dit vol? Ik zou helemaal gek worden

Dit is misschien wel de vraag die ik het állervaakst krijg. Mijn eerste gedachte is meestal: ja, ik word er ook gek van. Maar heb ik een keuze? Volgens mij niet. Natuurlijk kan ik stoppen met revalideren en accepteren dat dit blijkbaar is wat het is. Alleen voelt dat voor mij niet als een reële optie. Ik weet dat er iets niet klopt en ik weet ook dat het beter is geweest. Mijn knie functioneert nu niet zoals een knie zou moeten functioneren.

Zolang er nog vragen zijn, blijf ik zoeken naar antwoorden. Dat betekent overigens niet dat ik altijd even positief, opgewekt en strijdvaardig ben. Oh, absoluut niet. Op slechte dagen keer ik vooral lekker in mezelf. Dan trek ik me terug, laat ik alles even bezinken en ga ik op mijn gemak analyseren wat er gebeurt. Soms helpt dat. Dan vallen er ineens dingen op hun plek of ontstaat er een nieuw inzicht. Soms ook niet en is het gewoon een rotdag. Dat mag ook.

Maar je loopt toch best goed?

Deze hoor ik ook regelmatig. En eerlijk gezegd snap ik hem wel. Als je mij een stukje ziet lopen, zie je misschien helemaal geen grote afwijkingen. Ik ben ook ‘gewoon’ aan het werk, ga ergens naartoe, ben meestal goedgezind en aan de buitenkant laat ik mijn struggles niet zo snel zien. Dat zegt alleen niet zoveel over hoe mijn knie daadwerkelijk functioneert en hoe ik me soms echt voel.

Een gewone dag begint al met stug uit bed stappen. Daarna loop ik schuin de trap af. Boodschappentassen dragen is onhandig en een volle wasmand mee naar beneden nemen is al helemaal een uitdaging als je die trap niet eens fatsoenlijk af komt.

Buiten wandelen betekent opletten waar ik loop en continu bewust bezig zijn met het zetten van mijn stappen, om te voorkomen dat ik mij zonder focus verstap of van richting verander. Dat kost best wel wat energie. Kijk, zo’n dagje Rotterdam vorige week was leuk en dat laat ik me tegenwoordig ook niet meer zomaar afpakken. Alleen betaal ik daar fysiek wel een prijs voor. Dat neem ik dan op de koop toe.

Met pijn valt toch wel te leven?

Bij deze vraag denk ik meestal: je hebt écht werkelijk geen idee. Pijn is niet eens mijn grootste probleem, dat beschrijft mijn situatie onvoldoende. Natuurlijk doet mijn knie pijn. Ik slaap er slecht door en word ’s nachts regelmatig wakker. Maar ik kan met pijn leven. Mijn probleem is dat mijn knie het niet doet. Mechanisch is het hartstikke beroerd. Mijn knie is overdreven reactief, blokkeert en knakt op een manier waar ik absoluut bij weg moet blijven. Ik kan niet eens meer rennen, laat staan een normale squat maken en volledig doorstrekken. De strekking is gewoon weer weg.

Dit is echt totaal iets anders dan een knie die wel goed functioneert, maar af en toe pijn doet.

Als ik door die hevige knoep ga, is de pijn echt vreselijk. Dan weet ik meteen weer waarom ik die beweging probeer te vermijden. Het maakt dat je voorzichtig wordt en automatisch om bepaalde bewegingen heen gaat werken. Dus nee, hiermee valt niet te leven. Zeker niet voor iemand bij wie sport als een rode draad door het leven gaat.

Ben je inmiddels een soort wandelende fysiotherapeut geworden?

Deze vind ik leuk! Ik heb tijdens mijn traject in ieder geval een behoorlijk uitgebreid knievocabulaire opgebouwd. Voorste kruisbandreconstructie. Graft. Cyclops. Artrofibrose. Notch impingement. Notchplastiek. Extensie. Flexie. Boortunnels. Lachman. Pivot shift en ga zo maar door.

Vóór februari 2024 had ik van een groot deel nog nooit gehoord. Nu voer ik gesprekken waarin ik deze termen zonder nadenken achter elkaar gebruik. Dat komt omdat je vanzelf veel kennis opdoet als je al zo lang midden in een revalidatie zit. Maar een wandelende fysiotherapeut? Nee, zeker niet. Gelukkig zijn er mensen die er écht voor hebben gestudeerd. Hoewel ik wel serieus heb nagedacht over een carrièreswitch. 😉

Waarom wilde jij na dit alles nog gaan voetballen?

Deze vraag is me zó vaak gesteld, soms met verbaasde blikken waarbij ik precies wist wat de ander dacht: “Ben jij nou helemaal gek geworden?” Ik snap het. Als je van een afstand naar mijn traject kijkt, klinkt het misschien ook niet heel logisch om nog terug te willen naar de sport waarin het allemaal begon. Vier operaties. Een eindeloze revalidatie. Een knie die maar niet wil doen wat ze moet doen. Waarom zou je dan nog terug willen?

Het simpele antwoord: Omdat voetbal voor mij niet zomaar een sport was en mijn einddoel lange tijd haalbaar leek. Een aantal maanden geleden mocht ik even voelen hoe het is wanneer een knie weer lekker begint te gaan. Ik stond weer op het veld, trapte een bal en voelde dat mijn lichaam sterker werd. Het leek te lukken. Tot mijn verhaal weer de andere kant op kantelde.

De realiteit: Inmiddels heb ik mijn einddoel losgelaten. Dat is niet over één nacht ijs gegaan, maar is een rouwproces geweest. Nu ben ik er een soort van oké mee. Mijn eerste doel is weer normaal functioneren in het dagelijks leven. Daarna hoop ik een sport te vinden die bij mij en bij mijn knie past. Welke sport dat wordt, weet ik nog niet. Eerst maar eens zorgen dat ik überhaupt weer normaal kan bewegen.

Ik ben trouwens ook weleens bang voor de toekomst. Na vier operaties is het niet meer vanzelfsprekend om te denken dat een volgende interventie dan wél het verschil gaat maken. Mijn vertrouwen heeft een paar tikken gehad. Maar zo doormodderen is ook absoluut geen optie.

Krijg jij al je fysiotherapie nog wel vergoed in zo’n lang traject?

Grotendeels.

Eind december 2023 zette ik mijn aanvullende verzekering terug naar negen behandelingen. Ik had toch nooit iets. Twee maanden later scheurde ik mijn voorste kruisband. Murphy’s law.

In de prehab betaalde ik al een aantal behandelingen zelf. Na mijn voorste kruisbandreconstructie in mei 2024 betaalde ik eerst twintig behandelingen voordat de chronische indicatie inging.

Na mijn tweede operatie in oktober 2024 betaalde ik opnieuw twintig behandelingen zelf. Ik wilde met mijn revalidatie niet in tijdnood komen en koos er daarom bewust voor om de nieuwe indicatie van een jaar te laten starten.

Eind 2024 heb ik mijn aanvullende verzekering weer verhoogd. Na mijn derde operatie in mei 2025 kreeg ik opnieuw een chronische indicatie. De eerste twintig behandelingen werden toen vanuit mijn aanvullende verzekering voldaan. Na de vierde operatie in november 2025 heb ik die indicatie laten doorlopen. Inmiddels is die indicatie afgelopen en is er een verlenging aangevraagd bij de zorgverzekeraar. Deze is goedgekeurd. Tot 2 november ben ik in ieder geval vanuit de chronische indicatie gedekt. Daarna heb ik nog 20 behandelingen om het jaar vol te maken.

Ik houd er rekening mee dat Duncan Meuffels gaat ingrijpen. Dan zou ik de 20 behandelingen kunnen inzetten voor een nieuwe chronische indicatie.

Buiten mijn prehab om heb ik dus sowieso veertig behandelingen zelf betaald. Inmiddels heb ik er meer dan driehonderd gehad.

Wat is het belangrijkste dat je onderweg hebt geleerd?

Poeh, dat zijn inmiddels héél veel dingen. Maar misschien wel het allerbelangrijkste? Neem je eigen lichaam serieus. Ik voelde al vroeg na de voorste kruisbandreconstructie dat er iets niet klopte. Ik verloor al heel snel mijn strekking. Na een leven lang sporten voel ik wanneer iets functioneert, maar ook wanneer iets dat niet doet. Mijn ervaring is altijd een belangrijk onderdeel van de puzzel geweest en mijn gevoel heeft me nog nooit in de steek gelaten. Een belangrijke les die ik graag zou willen meegeven: vertrouw op je gevoel, spreek je uit en blijf de samenwerking zoeken met je behandelaren. Jouw ervaring is waardevolle informatie.

Heb je ergens spijt van?

Nee, ik heb nergens spijt van. Ik heb me steeds goed verdiept en alle keuzes samen met mijn behandelaren gemaakt. Iedere beslissing is genomen op basis van de kennis, beelden en situatie van dat moment. Zou ik met de kennis van nu opnieuw voor een voorste kruisbandreconstructie kiezen? Ja.

Bij veel mensen verloopt een voorste kruisbandrevalidatie gelukkig een stuk voorspoediger.

Het enige wat ik met de kennis van nu anders zou doen, is die wedstrijd waarin het gebeurde niet spelen. Alleen werkt het leven natuurlijk niet zo. Je meldt je niet zomaar af voor een voetbalwedstrijd omdat je niet fit bent, dus ook dat had ik op dat moment niet anders gedaan.

Hoeveel heeft dit traject je eigenlijk gekost?

Deze vraag gaat vaak over geld. En ja, het traject heeft financieel behoorlijk wat gekost. Naast de fysiotherapiesessies die ik eerder al beschreef, is ook mijn eigen risico er al 3 jaar op rij aan gegaan. Voor mijn afspraken bij OrthoCareClinics in Amersfoort en het Erasmus MC in Rotterdam boek ik altijd een hotel omdat de reistijd, werkverplichtingen en het tijdstip van de afspraak dat het meest praktisch maken. Daar komen alle kilometers en kleine kosten nog bij. Een exact bedrag heb ik niet. Het financiële stuk is voor mij nog het minst ingrijpend geweest.

Veel groter zijn de tijd en energie die erin zijn gaan zitten. Mijn leven staat inmiddels bijna dertig maanden in het teken van mijn knie. Mijn agenda wordt er voortdurend omheen gebouwd. Ik ben blij dat ik flexibel werk en veel kan schuiven met dagen en uren. Daardoor kan ik mijn werk rondom mijn revalidatie plannen in plaats van andersom.

Mentaal heeft het traject natuurlijk ook iets gekost. Dit gevoel schemert door in al mijn blogs en af en toe wijdde ik er een aparte blog aan. Dat stuk ga ik daarom hier niet opnieuw uitdiepen.

Wat wel zo is: ik laat me bepaalde momenten niet meer afpakken. Als een dagje uit of samen iets ondernemen betekent dat ik daar fysiek een prijs voor betaal, dan is dat soms maar zo.

Waarom blijf je schrijven?

Omdat ik schrijven ontzettend leuk vind. Kruisbandperikelen begon als een manier om mijn eigen revalidatie vast te leggen. Inmiddels is het een uit de hand gelopen hobby geworden waar ik ontzettend trots op ben. Er zijn zoveel mooie dingen uit voortgekomen. Gesprekken met mederevalidanten, fysiotherapeuten en medisch specialisten. Nieuwe contacten, experts die zich aan mijn website committeren, lezingen en plannen voor iets groters waar ik binnenkort hopelijk meer over kan vertellen.

Vooral de mensen die mijn verhalen al zo lang volgen, jullie dus, betekenen veel voor mij. Op momenten waarop het moeilijk was, bleven jullie meeleven en hoop geven. Dat vind ik bijzonder.

Soms schrijft iemand dat een blog precies onder woorden brengt wat diegene zelf niet goed kan uitleggen. Of dat iemand dankzij mijn verhaal beter voorbereid een consult of operatie in gaat. Daar doe ik het voor.

Hoe gaat het met jóu?

Deze vraag vind ik mooi. Niet: hoe gaat het met je knie? Maar: hoe gaat het met jóu? Hoewel mijn knie al lange tijd de boventoon voert, ben ik méér dan dat. Meestal antwoord ik dat het goed gaat. Vaak is dat zo, maar niet altijd. Ik doe ‘gewoon’ mijn ding en probeer te jongleren met alle ballen die ik in de lucht heb te houden. Ik lach veel en probeer mijn positieve instelling vast te houden.

Aan de andere kant houd ik ook best veel voor mezelf. Thuis laat ik soms wat meer zien, maar ook niet altijd. Het gaat al zo lang en zo vaak over mijn knie. Ik wil niet dat ieder gesprek daarover gaat en ik los dingen graag zelf op. Op dagen waarop het minder gaat, trek ik me meestal terug, zoals ik eerder al schreef bij de vraag ‘Hoe houd je dit vol?’.

Hoe het met mij gaat? Best oké. Met betere en mindere dagen, een knie die nog altijd veel aandacht vraagt en gelukkig ook heel veel andere dingen om naar uit te kijken. Kenia bijvoorbeeld. Over een paar dagen stap ik in het vliegtuig en daar heb ik ontzettend veel zin in. Dat betekent ook dat het hier heel even stil zal zijn, denk ik, want voor de allereerste keer ga ik mijn laptop thuislaten. Het is tijd om af te schakelen en energie op te doen voor het vervolg bij Duncan Meuffels in het Erasmus MC, dat niet lang na onze reis gepland staat. Tot over een paar weken!