Doelen bijstellen
Na mijn gesprek met Duncan Meuffels vorige week merk ik dat ik de pleister eraf aan het trekken ben. Ik moet mijn doelen gaan bijstellen. Dat betekent dat ik heb besloten om voetbal als einddoel los te laten. Zo, dat is eruit. Ik zit in een fase waarin ik aan dat idee moet gaan wennen. Een fase van accepteren dat mijn doel niet meer hetzelfde kan zijn als het doel waarmee ik dit traject ooit begon. Ik heb dit besef lange tijd niet helemaal willen toelaten. Het komt niet uit het niets, het speelt al langer. Eigenlijk sinds de terugval van twee maanden geleden, waar ik niet meer bovenop ben gekomen. Het gesprek met Duncan Meuffels voelde als de laatste reality check die ik nodig had.
Voetbalherinneringendoos
Een tijd geleden zat ik door mijn voetbalherinneringendoos te kijken, iets wat mijn moeder vroeger voor mij bijhield. Het is een doos waar je niet even vluchtig doorheen gaat, omdat bijna alles wat erin zit een verhaal heeft. Foto’s, brieven, krantenartikelen, oude teamfoto’s, bekers. Allemaal kleine stukjes bewijs van een leven dat voor een groot deel in het teken stond van voetbal. Ik zag mezelf terug als een fanatiek en temperamentvol meisje. Ik zag herinneringen aan teams, wedstrijden en periodes die veel voor me hebben betekend. Het zorgde voor een glimlach op mijn gezicht.
Tussen al die herinneringen lag ook een oud krantenknipsel. Precies twintig jaar geleden stond er een artikel over mij in de krant. De kop ben ik nooit vergeten:
Cindy zonder voetbal is geen Cindy
Toen ik het knipsel weer in mijn handen had, kwam dat wel even binnen. Aan de ene kant voelde ik trots. Vooral om de kansen die ik heb gekregen en om de dingen die ik met voetbal heb mogen beleven. Ook trots op dat meisje van toen. Gedreven, competitief, ambitieus en bloedfanatiek. Dat was ik toen en dat ben ik eigenlijk nog steeds. Alleen ging er op het voetbalveld altijd nog een extra knop om.
Zo’n krantenkop leest in mijn huidige situatie wel even anders dan toen. Voetbal is al zo lang een belangrijk onderdeel van mijn leven. Als sport, maar ook als uitlaatklep en als plek waar ik altijd mezelf kon zijn. Vanaf het moment dat ik als 4-jarig meisje tussen de jongens op het veld stond, voelde ik daar de vrijheid. Ik kon er alles in kwijt: mijn energie, fanatisme, drive en behoefte om ergens helemaal voor te gaan.
Mijn comeback
Ik had het krantenknipsel eigenlijk willen bewaren voor mijn comeback. Voor het moment waarop ik weer op het veld zou staan en waarop ik kon zeggen dat het me gelukt was. Dat ik na alles toch was teruggekomen. Ik zag het helemaal voor me. Dat beeld heb ik lang bij me gedragen. Ook toen het traject steeds ingewikkelder werd. Na de eerste operatie, na de tweede, na de derde en zelfs na de vierde bleef het idee bestaan dat ik terug kon keren. Ik had geen angst om weer het veld op te stappen. Ergens aan het einde van dit traject moest dat veld me toelachen. Mijn doel gaf richting op momenten dat het zwaar was. Ik hield vast aan wat die comeback zou betekenen. Dat het allemaal niet voor niets was geweest en dat ik na alles terug kon naar iets wat altijd zo vanzelfsprekend bij mij hoorde.
De gedachte die al langer speelde
Nu hangt de vlag er anders bij. Ik heb er de afgelopen tijd ook met mensen over gesproken. Waarschijnlijk wist ik het van binnen al langer. Ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat voetbal na alles wat er is gebeurd te hoog gegrepen is geworden.
Na het gesprek met Duncan Meuffels en in de auto terug naar huis dacht ik daar veel over na. Ik heb er zo lang aan vastgehouden. Ik dacht aan hoe vaak ik opnieuw ben begonnen en aan alle uren, trainingen, gesprekken, hoop en teleurstellingen die in dit traject zitten.
Ik stop niet met revalideren, wel met voetbal als einddoel. Het lukt me nu ook om dat hardop uit te spreken naar andere mensen. Daarin heb ik stappen gezet. Het voelt nog wel dubbel, hoor. Ook een beetje als falen zelfs. Ik heb er zó hard voor gewerkt. Iedere keer opnieuw. Steeds herpakte ik mezelf en bleef ik ervoor gaan. Deze fase gaat niet alleen om het bijstellen van verwachtingen. Het is ook het loslaten van het verhaal waar ik me ruim twee jaar aan heb vastgehouden. Dan is het nu even moeilijk om te accepteren dat alles wat je erin hebt gestopt uiteindelijk niet genoeg lijkt te zijn. Berusting hebben en toch wat moeite met loslaten, dat is hoe het voelt.
Doorzetten heeft me altijd ver gebracht en het past bij wie ik ben. Ik geef niet op en ik wil altijd het tegendeel bewijzen, maar ergens komt er ook een punt waarop je eerlijk naar jezelf moet durven kijken. Houd ik nog vast aan een doel dat bij mij past, of houd ik vast aan een doel dat vooral niet mag mislukken? Die vraag vind ik best confronterend. Doorzetten betekent niet in alle gevallen dat je eindigt waar je hoopte uit te komen.
Ik had zo graag willen zeggen: zie je wel, het is gelukt. Voor mezelf, maar óók voor de buitenwereld. Ik weet dat die gedachten niet eerlijk zijn. Dit hele traject is geen kwestie van niet willen of niet doorzetten. Motivatie is nooit een probleem geweest. Feit is dat mijn knie al lange tijd niet functioneert zoals hij zou moeten functioneren. Daar kan ik niet omheen. Dit traject is medisch complexer geworden dan ik ooit had kunnen bedenken.
Meer dan voetbal
Ik weet dat ik meer ben dan ‘mijn’ sport. Ik ben moeder, partner, ondernemer en nog veel meer dan dat. Ik schrijf en verbind. Ik kan mensen raken met mijn verhaal en iets betekenen voor anderen die door een zwaar revalidatietraject gaan. Mijn blogs zorgen voor eyeopeners bij professionals uit het vak. Regelmatig krijg ik berichten van fysiotherapeuten dat ze inzichten uit mijn blogs meenemen in hun behandelingen en communicatie richting patiënten. Dat ik met mijn verhaal een brug kan slaan tussen professional en patiënt zie ik als een groot compliment.
Dit traject heeft me ontzettend veel gebracht. Ik ben mezelf meermaals tegengekomen, ben persoonlijk gegroeid, vertrouw meer op mijn intuïtie en ben mentaal sterker dan ik soms zelf doorhad. Er zijn mensen op mijn pad gekomen met wie waardevolle contacten zijn ontstaan. Daar ben ik dankbaar voor.
Een ander doel
Voetbal heeft jarenlang een groot deel van mijn identiteit bepaald. Het was de plek waar ik mijn vuur kwijt kon. Nu moet ik opnieuw gaan zoeken waar dat vuur naartoe mag. Dat wordt een ontdekkingstocht die ik zal omarmen. Daarin ga ik mijn weg wel vinden.
Beweging en sport blijven belangrijk voor mij, net als een fit lijf. Dat wil ik echt behouden, op een manier die bij mij past en die mijn knie aankan. Ik heb een uitlaatklep nodig. Iets waar ik mijn drive in kwijt kan en waarin ik de competitie met mezelf kan aangaan.
Ik blijf lekker trainen onder de hoede van Eric en we gaan samen kijken welke sporten bij mij zouden kunnen passen binnen de mogelijkheden van mijn knie. Met of zonder kruisband. Een en ander hangt natuurlijk af van het vervolgtraject in het Erasmus MC en van wat uiteindelijk medisch en fysiek gezien verstandig én haalbaar blijkt.
Mijn voorste kruisbandtraject loopt dus ‘gewoon’ door. Er verandert niets in de aanpak, alleen in het einddoel. De medische puzzel ligt weer op tafel en ik hoop vooral dat er een richting komt waarmee mijn knie rustiger en functioneler wordt. Op 17 juli staat mijn CT-scan gepland en op 1 september zit ik bij Duncan Meuffels aan tafel om de uitslag en een nieuw plan te bespreken.
Een sport kan een groot deel van je identiteit zijn, maar bepaalt niet je waarde.
Twintig jaar geleden kopte de krant:
Cindy zonder voetbal is geen Cindy
Dat is hoe het heel lang heeft gevoeld. Nu hoop ik vooral dat ik die zin ooit anders kan lezen.
Cindy zonder voetbal is nog steeds Cindy
Alleen moet ik haar opnieuw gaan ontdekken.


