Bellen of niet?

De afgelopen tijd heb ik meerdere keren overwogen om een belafspraak met Duncan Meuffels in te plannen. Iedere keer twijfelde ik weer. Zal ik het doen of niet? Het waren uiteindelijk vooral de mensen om mij heen die me aanspoorden om dat wél te doen. Zij zien hoe het in het dagelijks leven gaat en vonden eigenlijk dat ik op zijn minst het gesprek met hem zelf moet aangaan. Dus heb ik toch maar gebeld.

Ik weet dat de wachtlijsten lang zijn en dat ik absoluut niet de enige ben die wacht. Vandaar ook dat bezwaarde gevoel. Ik wil niet de patiënt zijn die loopt te zeuren omdat het allemaal niet snel genoeg gaat. Maar het knaagt. En dus heb ik binnenkort wél een belafspraak met de orthopeed. Daar moet ik alleen nog even op wachten.

Nog zes tot negen maanden wachten

Zoals ik in mijn vorige blogs al schreef, staat mijn operatie op dit moment gepland voor het tweede kwartaal van 2027. Ik heb inmiddels twee keer contact gehad met het planbureau van het Erasmus MC en sta op de uitvallerslijst. Mocht er onverwacht een plek vrijkomen, dan kan ik dus gebeld worden en moet ik in principe snel kunnen schakelen.

Een prima optie die wellicht mogelijkheden biedt, maar ik realiseerde me ook dat het planbureau mijn verhaal natuurlijk niet kent. Ik ben daar gewoon nummer zoveel op de wachtlijst. Zij zien dat ik erop sta en dat ik graag eerder geopereerd wil worden als de kans zich voordoet, maar niet hoe mijn knie en ik op dit moment functioneren.

Wachten op een belafspraak

Op 21 oktober heb ik de belafspraak. In aanloop naar die afspraak heb ik vorige week via de DigiZorg-app alvast wat informatie gedeeld over mijn huidige situatie.

Als mensen vragen hoe het met me gaat, is het standaard antwoord tegenwoordig: “ik functioneer.” En dat is ook zo. Mijn knie is nog steeds mijn knie. Ik werk, zorg voor mijn gezin en probeer mijn leven zo normaal mogelijk door te laten gaan. Alleen betekent ‘functioneren’ niet dat het daadwerkelijk goed gaat. Details daarover ga ik hier niet delen, maar het kost veel energie om alle ballen in de lucht te houden.

Op 21 oktober wil ik daarom vooral het gesprek aangaan. Kan Duncan Meuffels iets betekenen in de urgentie of de planning van mijn operatie? En hoe kijkt hij ernaar dat ik mogelijk nog zes tot negen maanden op deze manier moet blijven functioneren? Hoe weegt het traject dat al achter mij ligt daarin mee, zowel fysiek als mentaal?

Misschien verandert het belletje helemaal niets aan de wachttijd, maar dan heb ik er in ieder geval alles aan gedaan en niet alleen maar braaf zitten wachten omdat ik bang was om een vervelende patiënt te zijn.

Van wachten op een operatie naar een boekdeadline

Gelukkig bestaat mijn leven ook uit leuke dingen. Op een ander vlak moet ik de komende anderhalve week namelijk juist hard doorwerken. Dat geeft prettige afleiding.

Vorige week zat ik met uitgever Michel van Troost van Golazo Media om tafel om verder te praten over mijn boek Kruisbandperikelen. Het was een fijn, enthousiast gesprek waarin we uitgebreid hebben gesproken over de inhoud en de volgende stappen. En waar ik een paar maanden geleden nog schreef dat Kruisbandperikelen officieel een boek wordt – wat ik toen al behoorlijk bizar vond – ligt er nu een voorlopige planning. Inclusief deadline voor mijn manuscript.

Uiterlijk vrijdag 16 oktober moet ik het manuscript inleveren. Op maandag 19 oktober gaat de redacteur aan de slag met de eerste redigeerronde. De zin ‘ik schrijf een boek’ is daarmee veranderd in ‘ik moet mijn manuscript over anderhalve week inleveren’. Dat klinkt toch nét even anders. Het gaat lukken hoor! Ik ben bezig met de laatste puntjes op de i.

Een boek over voorste kruisband revalidatie

Een boek schrijven heeft altijd op mijn wishlist gestaan. Ik had heel veel onderwerpen kunnen bedenken, maar een boek over de voorste kruisband had echt niet op dat lijstje gestaan. Dat dit uiteindelijk het verhaal is geworden dat ik te vertellen heb, blijft bijzonder.

Het schrijven ervan is soms ook best confronterend. Voor het manuscript ga ik mijn hele traject opnieuw door. Ik lees al mijn blogs terug en beleef daarmee eigenlijk alles opnieuw. De minder mooie momenten, waarvan er inmiddels helaas genoeg zijn, maar ook de momenten waarop ik zó ontzettend blij was. Die momenten kan ik bijna voelen als ik eraan terugdenk.

Teruglezen met de kennis van nu

Ik lees terug over de eerste keer dat ik na mijn vierde operatie weer een bal aan mijn voet had. Over mijn eerste veldtraining na ruim twee jaar revalideren. Over die tien minuten voetballen met Micah (10) op het pannaveldje en hoe bijzonder iets kon voelen wat ooit de normaalste zaak van de wereld was. “Mama, ik heb je echt gemist”, zei hij toen we samen aan het voetballen waren. Die zin raakt me nog altijd.

Ik lees terug hoeveel vertrouwen ik op die momenten had dat het uiteindelijk toch goed zou komen. Dat ik weer zou gaan voetballen. Terwijl ik nu natuurlijk weet wat er daarna gebeurde. Verdomme, dat doet echt zeer.

Wat er buiten de behandelkamer gebeurt

Alles wat ik teruglees maakt me er ook weer bewust van hoeveel er in mijn hele traject is gebeurd. En hoeveel er dus in dit verhaal zit. Dan heb ik het zeker niet alleen over wat er op medisch vlak allemaal is gebeurd. Een groot deel van dit verhaal speelt zich ook buiten de behandelkamer af. Want daar voel je pas écht wat een langdurige revalidatie met je leven doet. Thuis, op het werk, in je sociale leven en in je hoofd. Dat wil ik óók met Kruisbandperikelen laten zien. Met mijn eigen verhaal als rode draad en de kennis en ervaringen van de professionals die vanuit hun vakgebied aan het boek bijdragen.

Hoe dat er in het boek precies uit gaat zien, ga ik nog niet verklappen. Er moet natuurlijk ook nog een reden overblijven om het straks te lezen. Het begint nu in ieder geval echt concreet te worden. De deadline komt mij wat dat betreft op een goed moment uit. Het geeft me iets om naartoe te werken, iets waar ik zelf invloed op heb en vooral ook iets waar ik een dosis positieve energie uit haal. Hoe gek het misschien ook klinkt na alles wat eraan voorafging: ik ben vooral ontzettend trots op wat er nu ligt.

Nog anderhalve week

De komende anderhalve week ligt mijn focus, naast alles wat gewoon doorgaat, daarom vooral op het afronden van mijn manuscript. Een beetje spannend is het wel. Maar vooral heel erg gaaf. Daarna staat op 21 oktober mijn belafspraak met Duncan Meuffels gepland. Tot die tijd ga ik er eerst maar eens voor zorgen dat mijn redacteur op 19 oktober daadwerkelijk iets te redigeren heeft. Aan de bak!